De Ozzie outback in

De vlucht verloopt soepel en samen met de cricketteams uit Italië en de Kaaiman Eilanden landen we op australische bodem. De fietsen en de rest van de bagage verschijnen op de lopende band, klaar om door de douane te gaan. Zodra de douanebeamtes onze fietsdozen zien worden we uit de rij geplukt voor een speciale behandeling.

Men is in Australië extra voorzichtig met illigale zandkorrels, voedselresten en andere vieze dingen die het land proberen binnen te dringen. Al onze bagage inclusief fietsen gaan door een grote scanner. Hierna worden we in de quarantaine ruimte gevraagd de fietsdozen te openen voor inspectie op modder. Bij de eerste doos horen we “Oh, that’s very clean, leave the other in the box. Thank you!” En zo rollen we door de douane en weten we dat onze poetsdagen in Singapore niet voor niets zijn geweest.

Aangezien het 3:00u ’s nachts is blijven we op het vliegveld om te wachten tot het licht wordt. Marlous gaat languit op de vloer liggen om wat bij te slapen. Ondertussen zet ik de fietsen weer in elkaar zodat we goed weg kunnen fietsen. Zodra het eerste licht de donkere deken verwijderd stappen we op de fiets op weg naar een camping. Na 12km fietsen hebben we de eerste camping gevonden. Helaas ligt hij direct naast een erg drukke weg en is het lawaai verschrikkelijk. We besluiten om verder te gaan op zoek naar stilte. Niet veel verder vinden we een leuke camping met een glad grasveld ver van de drukke weg. Tijd om te slapen!

We blijven een paar dagen in Darwin en regelen van alles en nog wat. Waterzakken, voedsel, remblokjes en bankrekeningen komen allemaal aan bod. Verder genieten we van de praatjes met alle andere kampeerders. Australiërs zijn snel in voor een praatje en dat vinden wij niet erg. Het is warm deze dagen maar al een stuk minder in vergelijking met Singapore. Wel hebben we ’s nachts de tent wijd open bij gebrek aan airco of ventilator.

En dan is het tijd om de outback op te zoeken. Met eten voor een paar dagen en een fikse watervoorraad gaan we op pad. Netjes de helmpjes op totdat we onderweg een bord zien waarop staat dat een fietshelm niet verplicht is boven de 17. Prima want dan kan hij direct af. Het eerste stuk van de weg is druk en vierbaans. Veel vakantieverkeer die ons voortdurend begroet. De roadtrains, grote vrachtwagens met een maximale lengte van 75m, vallen tot nu toe mee. We fietsen tot Batchelor wat grenst met het Litchfield National Park. Over dit park hebben we erg goede verhalen gehoord en het lijkt Marlous en mij leuk een paar dagen in het park zelf te gaan kamperen. De weg naar het park slingert mooi door het landschap wat bestaat uit lage bomen en lang geel gras. Her en der zijn brandjes om het land kaal te branden voor de grote droogte aan. Dit moet massale bosbranden tegen gaan. Overal zien we grote bruinerode termietenbulten. Dit is zoiets als de mierennesten in Europa alleen zijn ze hier gemaakt van klei. Het eerste deel van het park vinden we erg mooi. Maar zodra we bij de kampeerplekjes komen moet we een paar keer knipperen met de ogen. In het bos hebben ze een open stuk zand afgezet met prikkeldraad. Tussen de afrastering hebben ze vierkante hokjes gemaakt waar ons tentje moet komen te staan. Zoals gebruikelijk hebben we aan een blik genoeg en stappen we weer op de fiets. Hier zijn geen woorden voor nodig. Het volgende kampeerterrein is indezelfde staat en we besluiten om ook hier niet te blijven. Dan maar een duik in de befaamde Buley Rockpools voor een beetje verfrissing. Litchfield is bekend om zijn mooie rivieren, heldere meertjes en schitterende watervallen. Helaas maakt het op ons niet de mooie indruk als waar we op gehoopt hebben.

Zodra we een blik werpen in de rockpools zien we alleen maar bierdrinkende australiërs die in grote getalen in het beetje water spartelen dat langs hun lijven stroomt. Marlous loopt meet een grote grijns weg zonder zich tussen de massa te persen. “Daar wordt je vast niet fris van” is haar antwoord. Op de fiets maar weer voor een koude douch en groen gras van de eerste camping die we tegenkomen.

Hierna volgen mooie fietsdagen over de Stuart Highway, de weg die van noord naar zuid het land doorsnijdt. In Adelaide River komen hebben we een mooie ontmoeting met een Tjech. Olde is met de step van Adelaide in het zuiden de Stuart Highway aan het steppen naar Darwin. Met nog 200km te gaan is hij bijna bij zijn doel. Helaas is zijn maag ernstig in de war en heeft hij voortdurend pijn. Ik ga samen met hem naar de winkel om medicijnen te kopen. De dokter wil hij niet uit angst dat hij het laatste stukje niet meer mag steppen. We vinden laxeermiddel en het kost me wat moeite hem uit te leggen dat het misschien niet een goed idee is het hele pakje in een keer op te eten.

De afstanden worden langzaam langer met weinig voorzieningen onderweg. Het landschap doet erg droog aan en het is relatief vlak. De wind begint aan te sterken en hij komt pal van voren. Achter elkaar fietsen dus met mij als motor vooraan. Na een dag zwaar fietsen komen we in Katherine waar we op de camping 3 fietsers ontmoeten. Andrew en Jenny hebben we kort in Darwin ontmoet, zij zijn op weg naar Perth. Peter is vanuit Sydney vertrokken en gaat eerst omhoog. Helaas is zijn fiets deze nacht gestolen van de camping en is hij dus tijdelijk gestrand. In Katherine hebben we een paar dagen rust voordat we beginnen aan een lange etappe naar Threeways. Hadden we het afgelopen stuk nog regelmatig een dorp met mogelijkheden voor voedsel en water. Het komende stuk zal dit veel minder makkelijk zijn met hier en daar misschien een roadhouse, dit is een benzinestation met restaurant en camping.

In Katherine bezoeken we onze laatste avond samen met Andrew en Jenny een echte Rodeo. Prachtig om te zien hoe de cowboys hun handen aan een wilde sier vastbinden en vervolgens op zijn rug proberen te zitten. De stieren maken de show met hun grote sprongen en woeste aanvallen. Het publiek vindt het prachtig en hele families schreeuwen het uit van plezier. Mooi om te zien hoe men van de verweg gelegen boerderijen naar de show zijn gekomen en een dagje uit hebben.
Na Katherine hebben we eigenlijk alleen maar wind tegen. De wind is ontzettend sterk en het is koud. Waren we in Darwin nog gewend aan de 28 graden hier is het ’s ochtends 8 graden en moeten we moeite doen om warm te blijven. We worstelen vooruit en genieten dan ook van de hot springs van Mataranka. Hier stroomt een schitterende rivier door het bos met 32 graden warm water dat glashelder is. Goed voor de spieren en heerlijk om de dag mee af te sluiten. Als we ’s avonds in het donker voor de tent zitten horen we de hele tijd geritsel. Als we met de zaklamp de boel inspecteren zien we dat we omsingeld zijn door een grote groep grazende kangeroes.

Onze dagafstanden liggen nu gemiddeld op de 100km en de wind neemt niet meer af. We slapen veel in het wild en horen ’s nachts de dingoo, een wilde hond, janken. Erg mooi geluid en fantastisch om bij sterren te kijken. Doordat we steeds erg ver bij dorpjes vandaan zitten zien we de sterrenhemel zoals hij is. Alle sterren knallen uit het zwarte doek en we voelen ons klein op het moment dat we omhoog staren. Op een van de campings vragen we aan een aantal mensen waar het zuiderkruis staat. Ik wist dat hij ergens aan de hemel moet staan maar kon hem niet vinden. Met de hulp van 6 anderen krijgen we hem in beeld en vanaf nu weten we waar het zuiden is.
De afstand van Darwin naar Threeways is hetzelfde als van boven naar beneden in Groot-Britanië. Lang dus en leeg. De enige afslag die we af en toe tegenkomen is een zandweg richting een boerderij. Veel van deze boerderijen liggen op 120km of meer van de weg. Immens dit land en na een week sinds Katherine komen we aan bij het Threeways roadhouse. Een roadhouse in the middle of nowhere, een plek voor een rustdag.

* Darwin & omgeving: 106km
* Darwin – Batchelor: 91km
* Batchelor – rondje Litchfield: 83km
* Litchfield – Adelaide River: 55km
* Adelaide River – Pine Creek: 112km
* Pine Creek – Katherine: 95km
* Katherine – Mataranka: 114km
* Mataranka – Bush: 108km
* Bush – Dunmarra: 110km
* Dunmarra – Elliott: 103km
* Elliott – Renner Springs: 94km
* Renner Springs – Attack Creek: 91km
* Attack Creek – Threeways: 48km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie