Door de blubber in prachtig China

Door de hoogteziekte van Marlous in Tibet hebben we onze plannen aangepast. Eerst waren we van plan om na Chengdu richting het westen te fietsen, de bergen in met passen van boven de 4500m.

Aangezien dit momenteel nog niet verstandig is rijden we Chengdu uit naar het zuiden waar de wegen en bergen mindere hoogtes bereiken. De eerste dagen op de fiets doen we het er kalm aan. Marlous is nog snel moe en na een kilometer of 50 is het genoeg elke dag. De ademhaling gaat weer stukken beter en het voelt goed om de grote stad Chengdu achter ons te laten.

In Jiajang brengen we een bezoek aan de 1000 Boudha’s klif. In een rotswand aan de rivier hebben monniken religieuze beelden uitgehakt. Naast ontzettend veel Boudha beelden zien we ook beelden van belangrijke monniken en andere personen. Het is een mooie locatie met groene hellingen die naar de rivier toe lijken te rollen. Met een klein bootje nemen we een kijkje aan de andere oever en lopen daar tussen de pindavelden, sla en andere gewassen. We zijn de enige toeristen en dat is iets unieks in China. Op veel plekken wat als toeristische attractie bekend staat komen we erg veel toeristen tegen. Het zijn echter geen buitenlandse reizigers maar grote groepen chinezen die hun eigen land aan het verkennen zijn. Dit is ook in onze volgende stop Leshan het geval.

Leshan is bekend dankzij het grootste zittende Boudha beeld ter wereld. Dit gigantische beeld is uit de rotsen gehakt op een plek waar 2 rivieren bij elkaar komen. Het verhaal gaat dat een bezorgde monnik een manier zocht om de schippers te beschermen tegen verdrinking in het woelende water. Er was een plek in de rivier waar veel boten verdwenen en de Boudha moest bescherming bieden. Sinds het beeld een oogje in het zeil houdt schijnen de boten niet meer onder water te verdwijnen. Het beeld is beroemd in eigen land en dat zien we aan de massa’s chinezen die met volgestouwde bootjes voor het immense beeld langs varen. Wij kiezen een rustige manier om het beeld te bekijken. Met een klein veerpontje steken we de rivier over naar een eilandje. Vanaf hier hebben we mooi uitzicht op de Boudha en met de zon aan de hemel genieten we van de rust die er om ons heen hangt.

We hebben zin in natuur en een relaxt stuk China. Via een smalle weg rijden we vanaf Leshan de bossen en bergen in. Het is heerlijk rustig op de weg en met superglad asfalt onder de wielen slingeren we door de heuvels. Het is schitterend om ons heen met kleine stroompjes, meren, kleine akkertjes en supergroen bos. Na een paar dagen worden we door verschillende mensen gewaarschuwd dat we op de fiets niet verder kunnen. De reden is dat het asfalt stopt en er alleen een onverharde weg verder gaat. Wij zien de problemen niet zo aangezien we wel van onverharde wegen houden.

Het afsalt stopt inderdaad en direct aan het begin van het onverharde deel staat een lange rij vrachtwagens, auto’s en bussen stil. Er staat een bus stil op het weggetje dat na de regen van afgelopen dagen bestaat uit dikke lagen modder. Met de assen diep in de blubber gaat de bus voorlopig geen kant op en hierdoor is de smalle doorgang volledig afgesperd. Met de fiets in de hand banen wij ons een weg langs de lange rij wachtende voertuigen. Zodra het kan fietsen we in een kleine versnelling door de drab. Binnen mum van tijd zit alles onder dikke lagen prut. De komende 150 kilometer kruipen we over deze weg en is het dus hobbelen geblazen.

Voordat we dit gebied infietsten zagen we langs de kant van de weg veel mensen die in klederdracht liepen. Mooi gekleurde kleden zijn om het lijf geslagen en de vrouwen hebben allen een soort tulband op het hoofd. Lange zwarte vlechten haar zijn op de tulband gespeld met grote ronden sieraden. Prachtig om te zien en hoe verder we het gebied en de bergen infietsen hoe meer mensen zich in deze traditionele kledij kleden. Op onze blubberweg is het eigenlijk alleen maar traditionele klederdracht en voelen we ons in een ander land. Het chinees verdwijnt uit alles wat we zien. De mensen ogen anders, andere kledij, huizen en taal.

We hobbelen en bobbelen een paar dagen door de modder, over grote keien, door zand en rivieren. Naast ons razen rivieren en rijzen hellingen recht omhoog naar de hemel. In de dorpjes worden we op zijn Pakistaans omsingeld en bij het wegrijden rennen alle kinderen zingend achter ons aan. De weg stijgt langzaam omhoog en ’s nachts slapen we ergens in de natuur met onze tent. Modern China lijkt duizenden kilometers ver en dat het al het jaar 2006 is zouden we hier niet bedenken. Het voertuig hier is de ezel of de benenwagen en alles gaat in een relaxt tempo. De mensen zijn ontzettend vriendelijk en open. Zulke grote glimlachen kennen we bijna nergens en mijn haren op de armen en benen worden vaak aangeraakt om te kijken wat dat is. Iedereen is nieuwsgierig en vindt het maar bijzonder dat we ons op de fiets in hun wereld begeven. Het fototoestel is eng en zodra hij tevoorschijn komt kan een half dorp uit het zicht duiken. Prachtig is het dat ik Marco Polootje kan spelen en dit gebied mag ontdekken.

Bij een T-splitsing ligt een gloednieuwe weg op ons te wachten waar we de modder van de banden kunnen rijden. De mensen dragen nog steeds hun eigen klederdracht en in de dorpen zien we de verschillende bergvolkeren hun waren aanprijzen of inkopen doen.

We rijden naar Xichang en om ons heen zien we hoge bergtoppen. Na het plaatsje Zhaojue begint de weg opeens flink te stijgen. Het regent en met overal dikke bewolking om ons heen hebben we geen uitzicht op wat dan ook. Het is zwaar fietsen en hier blijkt dat Marlous een echte opdonder heeft gekregen met haar hoogteziekte in Tibet. Op 3200m en nog steeds geen uitzicht op het einde van de klim kan Marlous niet meer. De ademhaling gaat weer zwaar, ze heeft lichte hoofdpijn en tinteling in het gezicht. Met Tibet in het achterhoofd is de beslissing snel genomen en zitten we in de eerste de beste bus die langs komt. We komen erachter dat we bijna op de top zaten maar dat hindert niets. De snelle afdaling met de bus helpt en Marlous heeft gelukkig nergens meer last van.

Als we in Panzihua zijn is het tijd voor kiezen welke kant we op gaan. Na 3 maanden China hebben we het wel gehad met de chinese steden die allen oerlelijk zijn en allen op elkaar lijken. We willen iets totaal anders voor ons laatste stuk China. De keuze is niet moeilijk en we besluiten om niet naar Kunming te gaan. De route naar Kunming toe leidt langs meer chinese steden en brengt ons in een drukker gebied. In plaats hiervan gaan we naar Lijiang wat een van de laatste overblijfselen moet zijn van het oude China.

Lijiang is een aparte stad. Het oude deel van de stad is autovrij en het bezit leuke en kleine slingerstraatjes. Geen beton maar keien, steen, hout en kleine dakpannetjes. Het is een echte trekpleister voor toeristen en dit is te zien aan alle kleine winkeltjes, restaurants en hotels. Het stikt van de chineze tourgroepen en de hoofdstraten zijn eind van de dag overbevolkt. Toch vinden we de sfeer er erg relaxt en genieten we van echte koffie, gebakken eieren als ontbijt, sandwiches voor de lunch en pizza of macaroni voor het avondeten. Prima voor een paar dagen en zeker een ander China dan de gemiddelde stad.

* Chengdu – Xinjin: 48km;
* Xinjin – Meishan: 51km;
* Meishan – Jiajang: 51km;
* Jiajang – Leshan: 39km;
* Leshan – dorpje na Zhenxi: 55km;
* Dorpje na Zhenxi – Lidian: 73km;
* Lidian – dichtbij Sapoe: 67km;
* Dichtbij Sapoe – ergens in het wild : 39km;
* Ergens in het wild – ergens in het wild: 43km;
* Ergens in het wild – Meigu: 54km;
* Meigu – Zhaojue: 74km;
* Zhaojue – Xichang: 55km;
* Xichang – Dechang: 81km;
* Dechang – Miyi: 98km;
* Miyi – Panzihua: 81km;
* Lijiang

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie