Waar is de Babi Pangang??

Met het advies van de politie om de eerste dagen de grotere wegen te nemen en niet weer ongemerkt een ‘verboden’ gebied in te gaan, stappen we op de fiets. Een kleine wijziging in de plannen, maar dat maakt niet uit.

In Anquin steken we de Yangzte River over en slapen ’s nachts aan deze grote rivier met zijn drukke scheepsverkeer. We denken even dat het leuk is om de rivier te volgen naar Wuhan, maar komen snel terug van dat plan als we alleen maar langs stinkende, lelijke fabrieken rijden. Een weg over het platteland van China is ook te vinden en hier genieten we van de chinezen die druk bezig zijn op hun land. We worden niet meer aangehouden door de politie of het leger dus dat gaat lekker.

De temperatuur dropt van de ene dag op de andere 20 graden en dat is even wennen. We trekken ’s ochtends zelfs een lang shirt aan en een warme douche is ’s avonds heerlijk in het hotel. De eerste bladeren vallen en ook de wind laat flink van zich horen. Voor de chinezen is het tijd voor de oogst. Zo zien we hoe de rijst van het veld gehaald wordt. Bijna voor ieder huis liggen de korrels te drogen en van de overgebleven stengels maken de chinezen prachtige bosjes en hutjes zodat het mooi kan drogen. Van het rijstgebied komen we in een katoengebied. Het plukken van katoen is hier een sociaal gebeuren. Overal zijn groepjes vrouwen bezig om het katoen uit zijn huls te halen. Na even zoeken komen wij erachter hoe de pinda’s groeien. We zien ze wel overal liggen langs de kant van de weg, maar dat ze als knolletjes onder de grond groeien is voor ons een openbaring.

We vinden ’s avonds prima hotelletjes om te slapen. De kamers zijn groot en schoon hebben allemaal een eigen badkamer en er is altijd heet water voor thee of noedelsoep. Die noedelsoep is hier helemaal goed. Je koopt een dikke bak waar allerlei kruiden en smaakmakers inzitten en gooit er wat heet water bij. Dit is ook handig voor onderweg want het is overal te krijgen en iedereen wil wel voor wat kokend water zorgen. Nog een pluspuntje van zo’n bak: je weet wat je krijgt. En dat is in een restaurant niet altijd zo. Als we een restaurantje binnenkomen, beginnen de meeste meisjes al te giechelen.

Twee van die grote buitenlanders werkt blijkbaar een beetje op de zenuwen. Als we gaan zitten krijgen we al snel een menukaart voorgeschoteld. Dat wij niets met die mooie chineze tekens kunnen is maar lastig voor ze te begrijpen. Een kijkje nemen in de keuken werkt beter. We kunnen dan aanwijzen wat ons lekker lijkt. Maar ook dit gaat niet altijd helemaal volgens plan. Zo kiest Steven op een avond naast groenten ook heerlijke garnalen uit. Als het gerecht opgediend wordt sla ik van schrik een gil uit: in de schaal springen de garnalen alle kanten op! Ze leven nog!!!! De serveerster kijkt ons verbaasd aan als we zeggen dat we dit niet hoeven. Ze legt met gebaren uit dat de beestjes zo gaan slapen want ze zwemmen in de drank……..

In Nepal stopten de avonden al vroeg en ging iedereen na het avondeten al naar bed. In China is het totaal anders en is het ’s avonds erg druk op straat. Als we in Yichang na een hapje eten op een een plein komen worden we vermaakt door de mensen. Op de ene hoek van het plein staan een paar grote boxen waar de muziek uitschalt. Een grote groep kinderen gekleed in mooie jurkjes en pakjes krijgen hier dansles. De cha cha cha, de jive en de rumba, ze zwingen er vrolijk op los. De moeders van de kinderen staan er trots omheen en moedigen hun kinderen flink aan. We lopen een stukje verder en raken verzeilt in een wat oudere leeftijdsklasse. Zo’n 50 dames en ook een paar heren doen hier bewegingen op muziek.

Ze giechelen wat als ze ons spotten en raken een beetje van de wijs. Op weer een ander hoekje worden we aangesproken door een man. Hij spreekt aardig engels en begint over van alles en nog wat te kletsen. Hij vertelt ons dat dit hoekje bedoeld is voor mensen die engels willen praten. Nog even wachten en er zullen heel veel mensen komen die het erg leuk vinden om met ons te kletsen. Wij vinden het allemaal wel best en lopen lekker verder de menigte in waar dit keer muziek is met dans en zwaarden. Dit fenomeen komen we daarna eigenlijk in elk park tegen. Voor de chinezen ontspanning, voor ons vermaak.

Vanuit Yichang gaan we op onze rustdag naar de grootste stuwdam in de wereld. Met een bus komen we bij de reusachtige dam die een lengte heeft van meer dan 2 km. Meer dan 2 miljoen mensen hebben moeten verhuizen voor de bouw van dit bouwwerk. Als je er even bij nadenkt hoeveel water deze dam wel niet tegenhoudt wil je niet al te lang in het stadje blijven waar we slapen. Zou de dam breken………Eén rustdag is genoeg en de volgende dag laten we de dam achter ons en varen we door “de drie gorges’ van de Yangzte River. Onze boot is oerlelijk en door de ramen kunnen we bijna niets zien, maar we vinden een plekje naast de motor van het schip waar we nog een beetje van het natuurschoon kunnen genieten. Ook hier zien we de modernisering van China, langs de oever verschijnen grote betonnen steden. Als we na een boottocht van zes uur aankomen in het stadje Wanxian klikken we de tassen weer op de fetsen. We moeten behoorlijk klimmen om het centrum te bereiken. Er is hier geen fiets te bekennen. Wel veel brommers en mannen die bepakking dragen op hun nek. De inwoners vinden het dan ook wel interessant dat er twee fietsers door hun stad gaan. We worden aardig aangemoedigd en de duimen gaan bij veel mensen de lucht in.

We vervolgen onze tocht richting Chengdu. Het is niet meer zo vlak en we overwinnen af en toe leuke klimmetjes. Elke dag hebben we profijt van onze chineze wegatlas die we al hebben gekocht in Shanghai. We kijken zelf op een engelse kaart naar de plaats waar we heen willen. Dan zoeken we deze plaats op in het atlasje en dan proberen we een chinees de weg te vragen. Superhandig want wij zouden niet alleen op een chineze kaart kunnen rijden en de chinezen begrijpen helemaal niets van de engelse kaart. Ons chinees vordert nog niet zo snel, maar een paar woordjes kunnen we al aardig uitspreken en dan worden we ook nog verstaan! Bij het woord ‘hotel’ gaat het nog niet zo soepel. Het lijkt erop dat het woord ‘liguan’ in elk stadje weer anders wordt uitgesproken. Ook hier hebben we een oplossing voor: in de woordenlijst achter in de Lonely Planet staan de chineze tekens. Zo vinden we elke avond met behulp van de bevolking weer een kamer om te slapen.

Door de taalbarierre hebben we geen diepgaande gesprekken met de mensen, maar contact maken lukt prima. De chinezen zijn erg nieuwsgierig naar ons en de fietsen. Als we ergens stoppen zijn we al gauw omringd met mensen. De fietsen worden dan uitvoerig bekeken . Sommige mannen zijn op zoek naar de motor, andere bekijken de versnellingen en ook de tassen en banden worden vaak even gevoeld. De gesprekken die we met elkaar voeren komen vaak niet verder dan “hello’ , ‘sank joe’ en ‘wel aal joe going?’

Het verkeer kent angstige momenten als we worden ingehaald door een motor. De bestuurders kijken ons over hun schouders na en zitten bijna achterste voren op hun voertuig. We zien ze vaak al slingerend op het tegemoetkomend verkeer afgaan. Gelukkig zijn de toeters in China erg hard en komt het elke keer nog goed. Ook gaan de bestuurders vaak even naast ons of achter ons rijden. Ze vertellen ons grote verhalen in het chinees en krijgen dan antwoord in het nederlands.

Na 2200 km in de benen komen we aan in Chengdu. Hier onmoeten we mijn ouders die we al weer meer dan een jaar niet hebben gezien. Het is super om ze weer te zien en met een echte kop Douwe Egbertskoffie en een stroopwafel kletsen we weer helemaal bij.

Samen bezoeken we het centrum voor de panda’s waar Chengdu bekend om is. De zwart-witte beesten zijn erg leuk om te zien. Al knagend op hun bamboe liggen ze er zeer relaxed bij. Soms rollen ze even een eindje om, om nog een stukje bamboe te bemachtigen. Ook hangen ze ontspannen in de bomen, je ziet ze echt niet klagen. Mijn ouders maken kennis met het chineze eten, de zwingende chinezen in het park en het verkeer dat van alle kanten komt. Op zaterdag 30 september vliegen we richting Tibet waar we twee weken met zijn viertjes zullen rondreizen. Daarna vervolgen we onze trip richting het zuiden van China naar Laos.

Qingyang-Chizou: 46 km
Chizou- Anquin: 65 km
Anquin-Qianshan: 68 km
Qianshan-Huangmei: 105 km
Huangmei-Xishui: 98 km
Xishui-Ezhou: 50 km
Ezhou- Wuhan: 92 km
Wuhan-Maiwang: 98 km
Maiwang-Shayang: 121 km
Shayang-Dangyang: 111 km
Dangyang-Yichang: 80 km
Yichang-Wanxian: boot
Wanxian- Liangping: 91 km
Liangping-Dazhu: 100 km
Dazhu- QuXian: 50 km
QuXian- Nanchong: 84 km
Nanchong-Suining: 99 km
Suining-Lezhi: 93 km
Lezhi-Jianyang: 68 km
Jianyang-Chengdu: 81 km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie