Roepies, rijst en regen

Na de grenspost met Nepal gemist te hebben verbaasd het ons niets dat aan de Indiase kant het douane kantoor ook verstopt is. Als we zouden willen kunnen we India gewoon in fietsen zonder onze visa te laten stempelen.

Om problemen te voorkomen gaan we echter toch maar op zoek naar een beambte die ons wil helpen. Het duurt even maar na een half uur zitten we tegenover de hoofdcommissaris van de Indiase douane. Onze gegevens worden genoteerd, de paspoorten krijgen de juiste stempels en de hand gaat de lucht in.

“200 roepies!”

“Roepies? Hoezo….. sinds wanneer moeten we betalen bij de grens?”

“Ja je moet betalen, dat zijn servicekosten, heel gewoon hoor.”

“Oh ja? Dat is dan zeker een speciale service voor jou?”

Marlous en ik kijken elkaar aan. Schudden ons hoofd en stappen op de fiets. Corruptie daar doen we niet aan en met de paspoorten netjes opgeborgen in onze tas mag hij proberen ons tegen te houden.

De wegen in dit deel van India zijn beroerd. Grote gaten opgevuld met moesson regen dat dikke lagen blubber tot gevolg heeft. In eerste instantie is het onze bedoeling om net als de vorige keer de hoofdwegen te vermijden. In werkelijkheid zijn we na 20 kilometer van ploeteren en glibberen door de modder overtuigd dat de mensen hier gelijk hebben. “In de moesson zijn veel wegen onbruikbaar!” Tja, die zin hadden we al gehoord maar ja……. Terug naar de hoofdwegen dan maar die gemiddeld iets meer asfalt bezitten dan de lokale weg.

Het verkeer is ook weer even wennen. Overladen vrachtwagens die al slingerend langs denderen. Ossenwagens, fietsriksja’s, tuk tuk’s, fietsers, koeien, auto’s in alle vormen en maten en de dodelijke bussen. Alles krioelt samen over de weg in elke richting met een overeenkomst. Alles maakt lawaai.

Nou zijn we niet vreemd met India na in totaal al zo’n 10 maanden hier te hebben besteed. Toch is de overgang tussen Nepal en India groot en haast een shock. Laat staan de overgang met het ontzettend kalme ietwat saaie Nieuw Zeeland. Het is nu het regenseizoen en dat zorgt ervoor dat de straten in de steden, die toch al niet de schoonste zijn, enorm smerig zijn geworden. Om de gaten in het wegdek op te vullen gebruiken de mensen huisvuil dat met wat hulp van weer en verkeer veranderd in een dikke prak. Over de geuren die de gemiddelde stad rijk is hebben we het maar even niet.

De mensen zijn in dit deel van India heel rustig en voorzichtig ten opzichte van ons. We worden volop bekeken maar de echte verstikkende menigten blijven tot noch toe uit. Ook de fietsen kunnen we voor de verandering rustig laten staan zonder dat iemand er aan wil zitten. Dit hebben we in Rhajastan anders meegemaakt.

Het stuk dat we fietsen is vlak en akkerbouw is overal om ons heen. Mensen zijn in de velden aan het werk de rijst te planten. En water is er genoeg. Vaak hebben we aan het einde van de dag een dikke bui maar voor de rest van de dag fietsen we met een strakblauwe hemel. Het is ontzettend heet en een klein briesje is vaak onze enige verkoeling die we krijgen.

Onze mooie nieuwe camera houdt er mee op. In plaats van de kleuren van het land en de mensen vast te kunnen leggen hebben al onze plaatjes een lelijke paarse gloed. Zonde want elke dag zien we wel iets moois of speciaals wat een foto waard zou zijn.

Vlak voor Patna steken we de heilige rivier de Ganges over. De brug die we nemen is wel een paar kilometer lang met geen enkel schaduwplekje. Midden op de brug heeft het verkeer zichzelf vastgezet en is het luisteren naar een concert van toeters. Wij kunnen gelukkig via het voetpad langs de toeterende stroom van voertuigen sluipen om zo de ietwat wiebelende brug achter ons te laten.

Patna is onze eerste grote stad in India en we zijn verbaasd als we na 15 hotels nog geen kamer hebben. Elk hotel zit vol en na 2 uur zweten in de volle zon besluiten we de stad maar weer te verlaten op zoek naar een slaapplek 30 kilometer verderop. Vlak voor het einde van de stad besluiten we ons geluk nog een keer te beproeven en jawel, ze hebben een kamer voor ons met een heerlijk koude douche en airco.

Twee dagen later zitten we een stuk verder op de fiets en ik voel me elke minuut zwakker worden. We rijden door een gebied waar niets is en ik hang tegen de koorts aan. De eerste India Bug is binnen en het enige waar ik aan kan denken is een bed. Een goede 125 kilometer later is het zover en ik plof neer in het enige hotel dat Mohania rijk is. We zijn nog net van kamer gewisseld aangezien er op de andere kamer rattenpoep onder de kussens lag. In eerste instantie worden de keutels met een handdoek van het bed geveegd en begrijpt de jongen niet waarom we om schoon beddengoed en een andere kamer vragen. Marlous is echter stellig en ik kan eindelijk slapen.

Vanaf Mohania gaan we over de snelweg richting Varanasi. Saaie kilometers brengen ons naar de stad die voor hindus als heilig wordt beschouwd. Dit is de plek waar een hindu het liefst wil sterven en eigenlijk gecremeerd wil worden. Dat mensen veel voor zo’n crematie over hebben blijkt uit het feit dat we nu al 2 dagen taxi’s en auto’s langs hebben zien komen met een lijk op het dak. Het lijk ligt dan gewikkeld in doeken op een soort ladder en zit met touwen vastgebonden op het voertuig waarmee het naar Varanasi wordt gebracht. In Varanasi gaan ze dan naar een van de vele ghats die aan de Ganges liggen. En na de crematie wordt het as van de overledenen in de rivier geveegd.

Voordat wij echter bij de rivier in de buurt zijn moeten we ons eerst door het verkeer heen worstelen naar het oude gedeelte van Varanasi. Hier zit je het dichtste bij de vele ghats en tempels en is de keuze van guesthouses het grootst. Twee kilometer voordat we dit deel van de stad bereiken rennen er al 2 jongens met ons mee. Ze willen ons wel helpen en luisteren niet naar ons als we aangeven geen hulp nodig te hebben. Van ze afkomen lukt helaas niet en in de smalle steegjes van Varanasi worden we dan ook stug gevolgd. We weten wat ze willen en zijn absoluut niet blij met ze. De jongens zijn uit op commissie. Een rent naar voren en gaat een guesthouse naar binnen waarvan hij denkt dat we die zullen kiezen. Hij vertelt de eigenaar dan dat er 2 fietsers aankomen die zijn vrienden zijn in de hoop geld te ontvangen van het hotel als we daar een kamer nemen.

Marlous is er al snel klaar mee en vertelt de eerste de beste agent die ze ziet dat we lastig gevallen worden. Dit helpt even totdat 5 minuten later de jongens weer verschijnen en het tafereel opnieuw begint. Uiteindelijk nemen we een guesthouse die erom bekend staat geen commissies uit te betalen. We leggen de eigenaar hier uit dat we op eigen wil bij hem gekomen zijn en dat we niet willen dat hij de jongens geld geeft. We zijn hier zo stellig in omdat het vaak gebeurt dat het hotel de commissie die hij uitbetaalt aan zulke etters verrekend in de prijs van de kamer.

Nu we eindelijk in Varanasi zijn kunnen we de komende dagen eindelijk bekijken wat de stad zo beroemd maakt. Twee jaar terug zouden we hier eigenlijk al heen maar besloten toen eerder naar Nepal te gaan in verband met de aangekondigde staking daar.

Grensovergang – Matihari: 54 km
Matahari – Muzafapur : 106 km
Muzafapur – Patna: 84 km
Patna – Arrah: 61 km
Arrah – Mohania: 125 km
Mohania – Varanassi: 74 km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie