Hokus Pokus waar is de uitgang van KL

“Hokus Pokus waar is de uitgang van KL” dit schrijft Marlous in ons dagboekje nadat we over drukke 4-baans wegen Kuala Lumpur uitfietsen. “Verboden voor fietsers” zien we geregeld staan maar we trappen maar door en volgen de bordjes met Seramban.

We fietsen door de heuvels richting de kust en rijden door Port Dickson. Hier staan allemaal grote resorts aan de zee die elk weekend vol zitten met mensen uit KL.We proberen een paar maar zelfs midden in de week zijn de prijzen pijnlijk duur. Bij de oprit van één van de resorts ligt een groot rooster over de goot en ik zie niet dat er een spijl mist. Met een grote klap kom ik tot stilstand terwijl het zadel goed in mijn lijf drukt. De tassen zijn van de knal van de fiets gevlogen en versuft besef ik me dat ik in een gat gereden ben. Gelukkig geen schade aan lijf en fiets dus tassen erop en verder maar weer.

We belanden aan het eind van de dag alsnog in een dik hotel waar ik me eens heerlijk uitstrek in het bubbelbad dat in de tuin staat. ’s Ochtends een mega groot “westers” ontbijt dat bestaat uit patat, gebakken eieren, worst, toast en witte bonen in tomatensaus. Dit alles spoelen we weg met 2 dikken bakken zwarte koffie en als tevreden westerlingen zwaaien we de mensen in hotel tot ziens.

Via een rustige weg komen we terecht in Melaka en zoeken direct onze “Hollandse roots” op die in de vorm van het “Stadthuys” in ere staan te pronken. Een mooi rood gebouw aan een pleintje waar de klokgevels terug te vinden zijn. Hierna door naar een guesthouse voor welverdiende rustdagen. De keuze om niet naar Borneo te gaan voelt oké en we merken dat we toe zijn aan relaxen. Gelukkig gaat dit uitermate goed in Melaka en we genieten dan ook van de ontspannen sfeer in ons hostel. De tent wassen we alvast met oog op de strenge regels van Australië. In Australië is het niet toegestaan om zandkorrels het land binnen te smokkelen en controles kunnen strict zijn. In Singapore zullen we de fietsen poetsen en dan is het lekker dat we de tent al klaar hebben.

Na Melaka hebben we vooral saaie en lange kilometers tot Batu Patah. De weg is druk en er zijn weinig mogelijkheden voor een andere route. In Batu Patah trakteert Marlous ons op een heerlijke kamer. De reden is dat we morgen ons 2 jarig reisjubileum gaan vieren en dit doen we in stijl. Het stormt en regent keihard in de nacht en ’s ochtends twijfelen we of we gaan fietsen. Eerst maar een lopend buffet als ontbijt voordat we het verder zien. Eigenlijk willen we heel graag fietsen op onze 15de mei en we besluiten de spatters te trotseren.

Als we in Johor Bahru aankomen is de regen allang verdwenen en verlangen we alweer naar een koude douche. De sfeer in dit stadje is totaal anders als in de meeste andere steden van Maleisië. Er hangen veel groepen mannen rond op straat en gevoelsmatig voelt het niet al te safe. Johor Bahru is de laatste stad van Maleisië. Slechts een brug verder ligt het rijke Singapore en misschien is dat een reden van de types hier op straat. Als we ’s middags een rondje lopen worden we geconfronteerd met een agressieve man. Hij blokkeert ons de weg in een trappenhuis en wil met me vechten. Ik zet hem rustig aan de kant en loop verder terwijl we nageschreeuwd worden. Wel apart om zo afscheid te moeten nemen van een land wat ons vooralsnog als heel ontspannen is overgekomen.
In de ochtend fietsen we nog 1 kilometer voor we de grens passeren met Singapore. Onze laatste stop in Azië.

* Kuala Lumpur – Seramban: 75km
* Seramban – Port Dickson: 63km
* Port Dickson – Melaka: 73km
* Melaka – Batu Patah: 110km
* Batu Patah – Johor Bahru: 133km
* Johor Bahru – Grensovergang Singapore: 1km
Totaal Maleisië: 1968km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie