Kamperen, jungle, bloedzuigers en de diepte in

Het is heerlijk vertoeven op de hoog gelegen theeplantages van Cameron Highlands. De temperatuur ligt hier zo rond de 20 graden en dat is na alle warme en plakkerige dagen erg lekker.

We slapen ’s nachts zelfs onder een slaapzak en ook toveren we onze fleece truien ’s avonds te voorschijn. We maken mooie wandeltochten door de theestruiken die groeien op de hellingen. Het is weer erg gezellig met alle motorrijders en van het eten bij de indiase restaurantjes krijgen we geen genoeg. Steven geeft de fietsen een grondige poetsbeurt bij het zien van roest………

Op de ochtend dat we willen vertrekken regent het pijpestelen en als de wekker gaat draaien we ons nog maaar een keertje om. Een uurtje later zijn de donkere wolken vertrokken en ziet de wereld er weer zonnig uit. Adam en Danny vertrekken als eerst richting Kuala Lumpur en we zwaaien ze uit. Als wij de fietsen bepakt hebben worden we uitgezwaaid door Maarten en Ilse die vervolgens zelf ook vertrekken op de motor.

We banen ons een weg tussen alle dagjesmensen die speciaal naar deze hoogte zijn gekomen om aardbeien te plukken. Met grote tassen vol met sappige versgeplukte aardbeien zoeken ze hun busjes weer op en springen ze aan de kant voor 2 fietsers: “Hello hello welcome to Malaysia!”
We klimmen naar de 1500 meter en komen aan bij een nieuwe weg die ons naar de oostkust zal brengen. De weg is groot, breed, glad en leeg: perfect om eens lekker te gaan afdalen…….met 60 km per uur razen we naar beneden. Maar de mooie afdalingen worden afgewisseld met steile, slopende klimmetjes. Het is erg heet en schaduw is nergens te vinden. Onze watervoorraad raakt langzaam op en ik plof neer in de berm. Een verkeersbord geeft nog een klein beetje verkoeling en Steven gaat op zoek naar water om te zuiveren.

Ik heb het even erg zwaar en hoop stiekum op een auto die ons water komt brengen……en jawel even later rijdt er een jeep voorbij, die na een paar minuten weer terugkeert. “Are you ok?” “Yes we are fine, but do you have some water?” Hij geeft me een halfvolflesje water en zegt dat er over zo’n 20 km wel een klein winkeltje zal zijn waar we water kunnen kopen. Als Steven zonder succes weer teruggekeert is van zijn zoektocht naar water drinken we het water op. We zijn net weer onderweg als de jeep er weer aankomt rijden. De man heeft 10 flessen water voor ons gehaald!!!!Nu kunnen we ons vocht weer goed aanvullen en zonder problemen de nacht doorbrengen in de tent. We vinden een plekje voor de tent bij een palmboomplantage en kunnen de hele nacht ongestoort doorslapen.

Na een ontbijt van pap fietsen we de volgende ochtend verder. En na een kilometer fietsen is er een winkeltje waar we flink water inslaan. De weg loopt wat anders dan dat het op de kaart staat beschreven maar we komen langzaam weer terug in de bewoonde wereld en eten een bordje nasi goreng bij een restaurantje. In Gua Musang slaan we nog wat eten in en dan gaan we op weg naar het Nationale Park. Hier worden we warm onthaalt en er ligt een prachtig veldje op ons te wachten waar we een plekje zoeken voor de tent. Aan het eind van de middag begint het ongelooflijk te onweren. Het water komt meer een uur lang met bakken uit de lucht vallen. Steven rent in zijn boxershort rond de tent om de scheerlijnen goed vast te zetten en kijkt of het water uit de tent blijft. Ik kijk toe vanonder een afdakje en onthaal mijn held met een warme bak koffie!

We komen de nacht droog door en zijn helemaal klaar om een kijkje gaan nemen in de olifantengrotten. In het park komen wilde olifanten voor en de grotten kunnen bereikt worden na een tocht door de jungle. We lopen door de dichtgegroeide jungle en horen de gibbons zingen. Het pad is na alle regen behoorlijk blubberig en al snel hebben we bloedzuigers op onze voeten. We tellen de beestjes eerst nog maar daar houden we gauw mee op want de bloedzuigers lijken massaal op onze voeten te willen dansen.We worden tijdens deze tocht erg bekwaam in het verwijderen. Olifanten zien we niet, wel hun uitwerpselen en voetafdrukken. We worden begroet door een groep wilde zwijnen. Ze schrikken net zo hard van ons als andersom en ze schieten snel het bos weer in. Als we ’s middags weer terug zijn bij de tent vliegt er een toekan over ons veld en zien we de gibbons hoog in de bomen slingeren.

Het zien van mooie beesten houdt niet op. Bij het uitfietsen van het park ligt er een klein luipaardje aan de kant van de weg. Het mooie beestje is waarschijnlijk nog niet zo lang geleden aangereden en heeft de klap niet overleeft. Terwijl we tussen grote, begroeide rotsen fietsen ligt er wel een heel grote slang naast onze wielen. En even later zien we ook een erg grote schildpad. Jammer dat beide beesten niet meer leven…….Wel springen de apen er flink op los in de bomen om ons heen. Ook deze avond gaan we op zoek naar een plekje om te kamperen. Na een tijdje zoeken zonder succes besluiten we maar te gaan vragen bij een bedrijfje of we de tent kunnen opzetten. Het steenfabriekje vindt het prima als we een nachtje willen doorbrengen op hun terrein en we zetten de tent op naast een bruine rivier. We koken een lekker maaltje en genieten van een prachtige sterrenhemel.

Na 4 nachten kamperen belanden we in Kuala Besut wat aan de oostkust gelegen is. Vanaf hier gaan er bootjes naar de Perhentian Islands. Het dorp is volledig gericht op het overbrengen van toeristen. Er zijn erg veel bedrijfjes die allemaal dezelfde boottickets verkopen en waar je alvast een onderkomen kunt uitkiezen.Al snel wordt ons duidelijk dat het meenemen van de fietsen geen zin heeft. De bootjes zijn te klein en op de eilandjes ligt alleen maar zand! We besluiten op zoek te gaan naar een plek waar onze fietsen veilig kunnen staan en dat is best lastig. We laten onze fietsen niet zomaar bij iemand achter en op het moment dat we het eiland maar willen laten voor wat het is ontmoeten we een jongen die alles wel voor ons wil regelen. Hij laat ons het kantoor zien waar de fietsen kunnen staan en het ziet er allemaal prima uit. We kopen bootkaartjes en de jongen boekt een huisje voor ons en verzekert dat we het naar onze zin zullen gaan hebben.

De volgende ochtend brengen we de fietsen en tassen naar het kantoortje en stappen we met bijna geen bagage in een bootje. We gaan op weg naar het grootste eiland van de Perhentian en al snel zijn we onder de indruk. Het water is prachtig blauw en als we op het strand voor ons huisje worden afgezet kan onze vakantie beginnen.
Ons huisje staat op het strand en na een paar meters lopen over het zachte witte strand kunnen we een duik nemen en heerlijk snorkelen want het koraal ligt voor de deur. Steven wil graag een duikcurcus doen en hij vindt een erg leuk plekje waar we ons snel thuisvoelen. De turkse duikinstructeurs vinden het helemaal geweldig dat we er bijna 25.000 kilometers op hebben zitten en dat we ook door hun land zijn gefietst. Fez en Oze zijn al een tijdje uit Turkije om duiklessen te geven en bij het horen van onze verhalen krijgen ze spontaan heimwee. Steven geniet enorm van de duiken en al het moois wat er hier onder water te zien is. De vissen zijn groot en hebben prachtige kleuren, hij ziet haaien (deze zijn vegetarisch!) en duikt naar een wrak en in het donker. Ik hou het deze dagen bij snorkelen en dat is ook fantastisch. Ik zie een schildpad, prachtige papagaaivissen en ik zwaai geregeld naar Nemo!

Op dit mooie eiland vieren we Stevens 27ste verjaardag. We worden ’s avonds uitgenodigd voor een barbeque bij de duikschool waar we smullen van garnalen, inktvissen, krab en vis, allemaal vers uit de zee. De jongens hebben gezorgd voor een echte verjaardagstaart voor Steven die speciaal van de wal is overgekomen.
Na hele gezellige dagen wordt het tijd om verder te gaan. We gaan terug naar onze fietsen om onze tocht voort te zeeten in de richting van Kuala Lumpur.

Cameron Highlands – wildkamperen: 84 km
Wildkamperen- Camping National Park Taman Negara: 72 km
Camping National Park Taman Negara – wildkamperen: 116 km
Wildkamperen – Kuala Besut: 112 km
Kuala Besut – Perhentian Islands – Kuala Besut: speedboot!

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie