Van de zee naar de thee

Het kleine bootje waarmee we Thailand hebben verlaten meert langzaam bij de grote pier in Maleisië aan. De haven ligt vol vissersboten die hun vangst aan wal brengen. Wij dragen onze tassen naar het droge en stallen onze fietsen onder toeziend oog van een douanebeamte.

De formaliteiten gaan lekker makkelijk en met een stempel in het paspoort mogen we 3 maanden in Maleisië doorbrengen. Voordat we gaan fietsen kletsen we nog een tijdje met de beamte die ons van de stempel heeft voorzien. Hij vertelt dat zijn land erg veilig en gastvrij is. “We hebben geen teroristen en bommen. Hier wordt niet geschoten, zelfs niet op Nederlanders!”

Met een gerustgesteld hart stappen wij op de fiets en rijden langs de bank voor een nieuwe munteenheid: de Ringgit. Hierna nog een klein stukje voor Nasi Goreng aan zee. Met een volle buik van de rijst en Pepsi Malaysia kunnen we echt op pad. Het fietst prettig over vlakke wegen die langs Nederlands aandoende kanalen liggen. In plaats van kerken zien we echter moskeeën en in plaats van windmolens staan er palmbomen in lange rijen opgesteld. De bevolking is een grote mix Chinees, Indiaas, Malay en weet ik wat. Ieder loopt in eigen traditionele kledij waardoor een mooi gekleurd straatbeeld ontstaat. Maleisië is een islamitisch land en voor de zekerheid hebben we bij binnenkomst nagevraagd of het goed is als Marlous in korte broek en t-shirt fietst. Dit is dankzij de gemixte samenleving geen probleem.

In Alor Setar vinden we een kamer in de buurt van de avondmarkt waar we op zoek gaan naar lekkere dingetjes voor ons avondeten. Er zijn stalletjes met satay, Chinees en Indiaas eten. Doordat ht tijdverschil met Thailand een uur bedraagt is het ’s avonds lekker langer licht. Dit is wel wennen aangezien we de afgelopen maanden in het donker hebben zitten eten. De komende dagen rijden we niet meer dan 65 kilometer zodat we ’s middags lekker door de stadjes kunnen lopen. In vergelijking met Thailand vinden wij de mensen hier in Maleisië weer helemaal te gek. Iedereen is super vriendelijk en overal worden we met een open glimlach welkom geheten. Het engels van de meeste mensen is ontzettend goed wat een leuke verrassing is. We merken dat we weer eens langere gesprekken kunnen voeren met de mensen. In plaats van de beleefdheids normen die we normaal afwerken wordt er nu daadwerkelijk gecomuniceerd. De vragen die mensen aan Marlous en mij stellen hebben een logische opbouw en komen aan de hand van de informatie die wij verstrekken. Erg leuk want ook wij kunnen nu makkelijker vragen stellen aan iedereen.

Georgetown ligt op het eiland Penang dat net voor de westkust ligt. Er is een grote brug dat het eiland met de wal verbindt. Wij nemen echter een van de boten die af en aan varen. Tussen een grote partij brommers en motoren rijden we de boot op, klaar voor de oversteek. Ik ben ontzettend moe van de afgelopen fietsdagen en heb zin in een paar dagen relaxen. Zodra we door de steegjes fietsen die Georgetown rijk is heb ik het gevoel dat het met relaxen wel goed zal komen. Marlous vindt een leuk guesthouse temidden van oude koloniale gebouwen. Zodra we het guesthouse binnenrijden worden we aangesproken door de Nederlandse Ilse. Zij is samen met haar vriend Maarten en hun motor op reis vanuit de LaageLanden. Al vrij snel komen we erachter dat we in Kathmandu al contact hebben gehad met elkaar. Het is toen niet gelukt elkaar te zien dus de ontmoeting nu is des te specialer. Op www.onsplekkie.com is alles over deze twee wereldreizigers te vinden. Naast Maarten & Ilse verblijven er nog twee motorrijders in het guesthouse die vanuit Engeland dezelfde route hebben afgelegd. Adam & Danny zijn met de motor bezig met een rondje om de wereld.

De dagen die volgen gaan we ’s avonds steeds gezellig als groep uit eten. Mooi om onze verhalen en plannen met elkaar te delen. Marlous en ik gebruiken de dagen om te besluiten hoe we verder willen met onze reis. Half juli staat met zusje samen met haar vriend in Darwin, Australië, om samen met ons op te fietsen. Nu hadden we in eerste instantie het plan om door heel Indonesië af te zakken en met een boot de oversteek te maken naar Australië. Helaas zijn er geen boten en is vliegen de enige optie om “Down Under” te geraken. We zijn erg nieuwsgierig geworden naar alle delen van Maleisië en besluiten na een paar dagen dubben om voor 2 maanden naar Borneo te vliegen om daar door Sarawak en Sabah te gaan fietsen. Hierna vliegen we terug naar het schiereiland van Maleisië om af te zakken naar Singapore. Vanuit Singapore nemen we dan een vlucht naar Darwin. Verder brengen we de dagen in Georgetown door met wandelen door de kleine straatjes, het lezen van boeken en relaxen.

Een dag nadat alle motorrijders de stad hebben verlaten stappen wij ook weer op de fiets en sturen we richting de Cameron Highlands op zoek naar verkoeling. Om de Cameron Highlands te bereiken fietsen we een aantal schitterende dagen door knalgroene bossen waar we elk moment koppensnellers en oeran oetangs verwachten. Het is één grote hortus tuin en we genieten volop van de overdaad aan natuur om ons heen. Na 2 dagen fietsen komen we bij “Kellie’s Castle”. Dit is een groot gebouw dat in het verleden door een Schot gebouwd werd. Helaas is de goede man overleden voordat het gebouw af was en is het nooit afgekomen.

Het kasteel is nu een toeristische trekpleister van de Maleisische overheid. We vragen aan de beheerder of het mogelijk is dat wij de nacht naast het kasteel kamperen. Dit vindt de beheerder een leuk idee en we mogen gebruik maken van de toiletten en ’s nachts worden we bewaakt door de nachtwacht van het kasteel. We hebben de tent aan de oever naast een riviertje neergezet en krijgen van iedereen te horen dat we ’s nachts in de gaten moeten houden dat het waterniveau niet teveel stijgt. Om 23:00u liggen we al een tijdje onder zeil als ik iemand de hele tijd hoor roepen.

Het volgende gebeurt:
Man: “Johny!!!!! Hey Johny!!!!!! What are you doing Johny!?!?!?!?” Ik kijk door het muskietengaas naar buiten en zie een man voor een auto staan. “I’m sleeping!!” schreeuw ik.
Man: “Why? It’s early”
Ik: “I’m tired!!!!”
Man: “Oh? Are you fishing Johny?!?”
Ik: “Uh…… No sorry!”
Man: “Johny?!? You know who I am?” En hij leunt nog even dichterbij voor de goede vorm en ik zie een van de beheerders van Kellie’s Castle voor de tent staan. Hij had even met ons willen kletsen maar laat ons slapen na ons korte gesprek.

Marlous en ik hebben geen tijd om bij te komen van dit enerverende gesprek want de volgende auto stopt naast de tent. Dit keer hebben we een schijnwerper op de tent staan en komt er een agent met zaklamp aangelopen. “What are you doing John?” Tja, wat moet je daar nou weer mee…. Na kort te hebben verteld dat we getrouwd zijn en met de fiets reizen is de agent tevreden en wenst hij ons een goede nacht. Nadat alle gasten weer naar huis zijn vallen we in slaap onder begeleiding van de liederen die onze security guard naar de hemel stuurt.

We overleven de nacht zonder verder gestoord te worden. Eenmaal onderweg zien we een groot bord waarop een grot aangeven staat. Het is een klein stukje om fietsen en de keus is snel gemaakt. Bij de grot laten we de fietsen onder toeziend oog van de tuinman terwijl we met een gids de grot ingaan. Met een immens hoog plafond boven ons hoofd vergapen Marlous en ik aan de grootte van deze plek. We zijn wel vaker in grotten geweest maar niet eerder waren ze zo hoog en breed. Onze gids wijst alle stalagtieten en stalagmieten aan die met enige verbeelding op dieren of mensen lijken. Na de rijdende aap, de zwangere vrouw en de dikke amerikaanse cowboy komen wij bij de windtunnel waar een natuurlijke airco ons afkoelt. Na de grot rijden we naar de voet van de berg om in het dorp te overnachten voordat we aan de klim naar 1600 meter gaan beginnen. De afgelopen dagen hebben we al steeds een erg dreigende lucht boven de bergen zien hangen en vanavond gaat het los.

’s Ochtends is het gelukkig droog en we stappen op de trappers om te beginnen aan een lange dag klimmen. De weg klimt voor 60 kilometer onafgebroken omhoog naar de Cameron Highlands. In de Cameron Highlands wordt veel thee en groente verbouwd. Daarnaast heeft het sinds de engelse tijd de verkoelende functie voor mensen uit de hete laaglanden. Vanuit de steden komt men hier om te genieten van de natuur en koudere lucht. Na 12 kilometer fietsen komen we tijdens onze slok water Adam tegen die met zijn motor op weg is naar Kuala Lumpur. Hij en Danny zijn nu al een paar dagen boven in de bergen aangezien Danny’s motor pech heeft. Adam is op weg om nieuwe onderdelen te halen en we spreken af elkaar te zien.

De weg slingert schitterend omhoog tussen wilderig begroeide hellingen. Overal is het knalgroen in meer tinten dan de meest uitgebreide bruynzeel tekendoos. Via kleine stroompjes sijpelt water langzaam naar beneden terwijl grote rivieren het water met geweld naar beneden gooien. Halverwege de berg moeten we schuilen voor een dikke bui die onaangekondigd naar beneden komt zetten.

Als we de 1000 meter grens passeren komen we opeens tussen de theestruiken terecht van een grote plantage. Nette rijen glooien over de hellingen en we zien de theeplukkers als kleine stipjes de planten snoeien. Nu is het niet ver meer en we slingeren ons een weg omhoog naar het stadje Thana Rata. Op het moment dat we binnen komen rijden komt er weer sloot water naar beneden. Even staan we te schuilen maar de drang in een warme douch doet ons besluiten door te fietsen naar Daniel’s Lodge. We scheuren de laatste meters en worden onder luid gejuich van Ilse binnengehaald. Maarten, Ilse en Danny zitten onder de veranda en heten ons welkom in de Cameron Highlands.

* Kuala Perlis – Alor Setar: 61km
* Alor Setar – Sungai Petani: 65km
* Sungai Petani – Georgetown: 42km
* Georgetown – Taiping: 96km
* Taiping – Kellies Castle: 110km
* Kellies Castle – Tapah: 65km
* Tapah – Cameron Highlands: 61 km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie