Met Engely de bergen in

Rupa leunt met haar hoofd op mijn schouder. Tranen van geluk rollen over haar wangen. “I am a queen”, zucht ze. Vandaag heeft ze, net als alle andere kinderen in het Noble House, nieuwe kleren gekregen.

Engely is overgevlogen vanuit Nederland en dankzij de sponsors zijn haar koffers gevuld met knuffels, tekeningen en kleren. Ik neem Rupa mee naar de spiegel, zodat ze zich zelf kan bewonderen. Weer beginnen de tranen te stromen over haar gezicht als ze zichzelf ziet.

Engely is naar Nepal gekomen met een hoofd vol met plannen. Plannen om het Noble House uit te breiden, zodat er meer kinderen opgevangen kunnen worden, plannen om een schooltje te bouwen, om nog meer kinderen een stukje toekomst te geven.
Veel dingen te doen en het bijkletsen gebeurt dan ook op de achterbank van een taxi die ons van Kathmandu naar het Noble House brengt. Vandaag gaan we samen met Utsab kijken naar grond voor een nieuwe school. Ook Letty uit Meijel is mee. Zij is samen met haar man sponsor van een van de meisjes die net een paar maanden in het huis woont.

Utsab vraagt de chauffeur te stoppen, we komen aan bij het eerste stuk land waar mogelijk een school gebouwd gaat worden. Via een steil zandpaadje komen we op de heuvel terecht. We lopen het grasveld op en zijn getuige van een bijeenkomst van het dorp. De plaatselijke bevolking heeft net een waterbuffel geslacht en deze wordt verdeeld onder de mannen. Ondanks de geur maken we stiekum al plannen voor de school, het land ziet er mooi uit en er lopen genoeg kindertjes rond die nu nog niet naar school gaan. Als we het veld weer willen verlaten wordt Letty vastgepakt door een oud vrouwtje. Ze schreeuwt wat en wil duidelijk iets van ons hebben. De geur uit haar mond duidt op veel alcohol. Het wankelige oude vrouwtje krijgt haar zin niet en geeft mij onverwachts een harde duw in mijn rug. In mijn gebrekkige nepalees wat ik de afgelopen maanden heb geleerd kan ik haar aardig duidelijk maken dat ik hier niet van ben gediend. Het dronken vrouwtje deinst terug en wij stappen in de auto op weg naar Nagarkot.

In het bergdorpje Nagarkot bezoeken we een school die gesponsord wordt door Rotaryclubs uit Japan en Taiwan. Als we de klassen binnenkomen worden de kinderen wat verlegen. Het gebouw ziet er van buiten mooi geverfd uit, maar het enige schoolmiddel is hier een schoolbord en wat krijtjes. Voor de rest zijn de lokalen gevuld met kinderen. Jongens aan de ene kant van het lokaal, meisjes aan de andere zijde.
Als we de klas met de jongste kinderen binnenkomen vertelt de lerares dat de kinderen aan het spelen zijn. Het enige dat ik zie is een groepje zittende kinderen op de betonnen grond. Het begrip ‘spelen’ is zowel bij de leerkracht als de kinderen niet bekend…..

De verharde weg gaat over in een hobbelpad en vanaf hier gaan we te voet verder. We kijken uit op een fantastische vallei. Utsab stopt en wijst naar een groot groen rijstveld ergens beneden in de vallei. Om het veld heen liggen verschillende dorpjes. Dan begint een tocht door jungle en over steile modderpaadjes. Het is prachtig maar ook best zwaar om ons een weg te banen naar het stuk land waar straks misschien wel een school zal staan. Utsab gaat voorop en wij volgen. Bij de eerste bloedzuigers die we tussen onze tenen vandaan halen beginnen we te lachen en het houdt niet meer op. We voelen ons als Jane in de jungle en zijn tegelijktijd op zoek naar de nooduitgang. Maar als we bij het stuk land aankomen zijn we onder de indruk. Hier wonen kinderen in hutjes die geen kans krijgen om naar school te gaan. Voor deze kinderen is de toekomst werken op het land. Meisjes trouwen hier veel te vroeg en krijgen dan kinderen, terwijl ze ook nog eens zware arbeid moeten verrichten. Wat zou het fantastisch zijn om deze kinderen een stuk toekomst te kunnen geven.

Een pad leidt ons door de vallei en we komen aan in het dorpje waar Srijana en Anjana zijn opgegroeid. Deze twee zusjes wonen al in het Noble House sinds de opening. Hun moeder ziet ons al snel verschijnen in het dorp en neemt ons mee naar haar hutje. Ik krijg een raar gevoel in mijn buik als ik in het hutje sta. Wat bamboe, modder en takken moeten dit onderkomen staande houden. Daglicht is er niet en in een hoekje ligt wat as, de keuken. Door de moesson is een kant van het hutje helemaal ingezakt en heeft het vrouwtje samen met haar zoontje ander onderdak moeten zoeken. Ze woont nu tijdelijk in een ander huisje maar heeft geen geld om de huur hiervoor te betalen. Na overleg met Utsab belooft Engely haar dat ze elke maand als ze kleren van de kinderen komt wassen in het Noble House geld krijgt voor de huur. Tranen stromen over het gezicht van de vrouw.

Dan is het tijd om knuffels uit te delen. Als we gaan zitten met een hele zak vol met vrolijke knuffels uit Nederland komen de kinderen uit het dorp voorzichtig naar ons toe. Stralende gezichtjes bij groot en klein. Utsab vertelt dat er in het dorp gezinnen zijn die hulp nodig hebben. We komen bij het huisje van Anita, een meisje van 10 jaar. Haar ouders moeten voor nog 5 andere zusjes zorgen. De grootvader en vader van Anita roepen het meisje. Het geeft een vreemd gevoel, deze mannen willen het meisje gewoon graag kwijt. Ik zie nu voor me hoe het oudere zusje van Anjana en Srijana een paar weken dit dorp heeft moeten verlaten. Haar vader heeft het 13-jarige meisje verkocht aan een of andere kerel die haar heeft meegenomen naar India. Hoe het met dit meisje gaat weten we niet en er is niets wat we kunnen doen. Voor Anita blijft deze duistere toekomst bespaard, zij kan naar het Noble House komen.

Als we het dorp willen verlaten komen we Sane tegen. Een jongetje van een jaar of 10 gehuld in wat vodjes. Het haar dat hij op zijn hoofd heeft ziet er vies en dor uit. Sane zorgt elke dag voor een paar geitjes van de familie en als hij ’s avonds thuis komt moet hij hopen dat er wat eten voor hem is. Voor hem ook geen toekomst en als Utsab hem vertelt dat hij ook in het Noble House mag komen wonen en naar school mag verschijnt er voorzichtig een glimlach op zijn gezicht.

De lucht wordt steeds donkerder en als we het dorpje verlaten begint het hard te regenen. We klauteren het dal uit over gladde paadjes en in gedachten ben ik nog in het dorpje. Voor mij is het niet te geloven hoe er met kinderen wordt omgegaan en wat ben ik blij dat Engely het Noble House heeft gestart. Als ik zie hoe gelukkig de kinderen zijn in het Noble House, hoe graag ze willen leren , hoe ze elkaar helpen en hoe ze na het smullen van de Dahl Bat tevreden in hun bedje kruipen, hebben we vandaag weer iets kunnen doen…….

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie