Thuis in Kathmandu

Al hobbelend dalen we door dikke moesson wolken richting de Kathmandu vallei. Bij vlagen zien we een klein stukje Nepal maar veel is het echter niet. Geeft niets, want de blikken die we naar buiten werpen kennen we.

Rijen oerlelijke bouwsels strekken zich onder ons uit om samen Kathmandu te vormen. Zodra we over de landingsbaan zweven zien we meer van de stad waar we ons zo thuis voelen.

Het visum is zo geregeld, de fietsen komen ongeschonden van de lopende band en het bordje van onze taxichauffeur is direct gespot. De Nepalese warmte omhelst ons en de chaos op straat is als vanouds. Koeien, apen, mensen, vuil, slingerende bussen, overladen vrachtwagens alles bruist om ons heen. Getoeter, geschreeuw, gelach, gezwaai. Stank, stof, zon en heerlijke geuren. Alles is aanwezig en alles in overdaad. Ik denk terug aan het ritje dat mijn zusje Maaike samen met Eric 2 jaar geleden hebben gehad met ons. Wat een aankomst is het toch als je vanuit een westers land Nepal binnenvliegt.

Bij het Guesthouse worden we buiten begroet door blije riksja drivers die ons nog kennen van 2 jaar terug. “How long do you stay?” “When did you come?” en “Good to see you again!” zijn kreten die we de komende dagen vaker horen. In het Guesthouse zelf meer warme begroetingen en het lijkt alsof we niet weggeweest zijn. Na 2 nachten in een kamer die we niet kennen krijgen we ’s ochtends te horen dat ons “oude” kamer weer vrij is. Mooi is dat om na 2 jaar terug te komen en te beseffen dat “onze” kamer er nog is.

Kathmandu blijft heerlijk, de mensen zijn vriendelijk, er is altijd iets waar ik me over kan verbazen en het is vol leven. Op elke straathoek gebeurt wel iets en eeuwenoude rituelen gaan samen met de nieuwste westerse trends terwijl traditionele muziek afwisselt met moderne Engelse pop. Marlous en ik besteden onze tijd met het slenteren door de kleine straatjes van Thamel, de toeristenwijk in Kathmandu. We lopen tussen de moesson buien door naar Swayabunath ookwel de “Monkey Tempel” genoemd. Zoals altijd lopen de tibetanen al biddend rondjes om de berg terwijl de hindus de berg beklimmen voor hun gebeden. Van Pashputinat de heilige plek waar de lijkverbrandingen aan de rivier plaatsvinden lopen we naar het Tibetaanse Boudhanath met zijn enorme stupa.

We luisteren naar de verhalen over hoe het leven nu is in Nepal. De koning is weg, Nepal is een republiek en wat betekent het nu eigenlijk voor het volk. Wat wij telkens tegenkomen is dat men niet zeker weet wat het inhoudt een republiek te zijn. De politieke partijen zijn het niet met elkaar eens over hoe er precies geregeerd moet worden. Er is tekort aan benzine en water. Voedselprijzen zijn schrikbarend gestegen en elke dag is er wel de een of de andere staking.

We gaan een avond uit eten met Joyce, Krishna en Marion. Joyce en Krishna hebben we leren kennen tijdens onze tijd in het Noble House. Zij hebben het project Swarga waarbij ze gehandicapte kinderen opvangen in hun opvanghuis. Marion werkt als vrijwilligster voor Swarga en het toeval wil dat we een avond samen hebben doorgebracht op het dak van een klooster in Tibet. Heerlijk om elkaar weer te zien en bij te praten. We spreken af om voetbal te komen kijken in Bhaktapur.

Natuurlijk zoeken we de kinderen van het Noble House op en het is fantastisch om te zien hoe goed iedereen eruit ziet. Het Noble House staat als een huis en daar mag iedereen die zich ervoor ingezet heeft best trots op zijn.

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie