Thailand is niet alles

Na een week Bangkok gaan we op weg richting zuiden. In het zuiden hopen we de witte stranden, helderblauwe zee en vriendelijke Thai te vinden die het onderwerp zijn van de vele reisgidsen.

Om het zuiden te bereiken moeten we ons eerst tussen al het verkeer door worstelen. Met onze volgeladen fietsen trappen we van het ene stoplicht naar het ander. We zijn omringd met walmende brommers, knetterende auto’s en slome trucks. Het verkeer is druk maar er is toch nog steeds genoeg asfalt om onze bandjes over te laten rollen. Bangkok uitfietsen is een lelijke uitdaging en laat een niet al te mooie indruk van de stad achter

Honderd lange kilometers brengen ons over vier-, zes-, twee-, dubbeldeks-, wegen naar het plaatsje Damnoen Saduak. De trekpleister hier is de “Floating Market”. Een wirwar van kanaaltjes waar nog volop volgens oude traditie handelgedreven schijnt te worden. Het staat bekend als de laatste “echte” markt dat niet alleen voor de toeristen in stand gehouden wordt. Marlous en ik regelen een bootje om de volgende ochtend een kijkje te gaan nemen. Om 7:00u stappen we in een boot en gaat het allemaal anders dan we hadden verwacht.

In plaats van een houten peddel heeft de kapitein een gigantische buitenboordmotor achter zijn houten badkuip hangen. Hiermee worden we “idillisch” over het stille water door de kanaaltjes gestuurd. Al knetterend stuiven we volgeladen bootjes met fruit, groentes en andere koopwaar voorbij. Zodra we een kanaaltje binnenknallen waar toeristenstalletjes de oevers hebben ingenomen gaat de motor uit. De eerste shopeigenaar heeft onze boot al vast met een houten stok en wij moeten erg duidelijk verkondigen dat we geen houten olifant willen hebben. De kapitein begrijpt werkelijk niets van ons en probeert het bij een ander warenhuis nog eens. Hier wordt ons verteld dat elke boot met toeristen minstens 10 minuten bij hun winkel stopt. Wij geven te kennen dat wij gekke toeristen zijn en helemaal niet van dit soort winkels houden. Meneer kapitein haalt verward de schouders op en trakteert ons op een extra ronde langs de fruit- en groentebootjes. Een klein deel van de markt vinden we leuk en speciaal, helaas is het grootste deel een enorme tegenvaller en teleurgesteld in Thailand stappen we weer op de fiets.

Thailand wordt even erg smal waar het de smalle strook land samen met Burma moet delen. Er is hier maar een weg en dat is een brede vierbaansweg vol verkeer. Dit betekent tandjes op elkaar en zonder al teveel moois doortrappen. We kunnen ons wel voorstellen dat sommige fietsers het gladde asfalt en de vlakke weg heerlijk zouden vinden. De stadjes onderweg vallen ons tegen en er is telkens weinig dat ons bindt om ergens langer te blijven. Er zijn weinig oude gebouwen en het meeste is sfeerloos beton met drukke wegen. In Hua Hin besluiten we toch een rustdag te nemen. Dit blijkt weer een echte badplaats te zijn wat volgelopen is met de Scandinavische toerist. Alles staat in het zweeds, deens en noors aangegeven. Zelfs de Indiase kleermaker kan een pak op zijn zweeds aanprijzen. Hua Hin is in onze ogen een typisch voorbeeld van een Thaise badplaats. Er is een geel strand, een viezige zee, scandinavische restaurants en genoeg “Ouwe Lullen” barren waar westerse mannen op zoek zijn naar te jonge Thaise levensgezellen. Ik ben nog niet oud, dik en verward genoeg voor dit type bar en kan relatief veilig aan de dames voorbij lopen. Het scheelt waarschijnlijk ook dat Marlous me stevig vasthoudt en door de straten marcheert op zoek naar een knus restaurantje zonder de speciale dames.
Na weer een enerverende rustdag in het unieke Thailand gaan we op zoek naar nog meer “moois”.

De weg is iets minder druk en de omgeving bezit meer natuur en minder tankstation. Het fietst erg makkelijk en voor we het weten hebben we de 100km van de dag afgelegd. Khiri Khan is direct een echte meevaller. Er zijn bijna geen westerse toeristen en heeft voor het eerst in tijden een gezellige sfeer. Als we het stadje binnenrijden passeren we een vijvertje waar allemaal apen aan het zwemmen zijn. Ze springen van een hoge rots in het water en het lijkt alsof ze het “bommetje” hebben geperfectioneerd. In het stadje zelf is een grote markt met kermis en we horen dat het feest is vanavond. Het strand is stil en verlaten en schitterend om over te slenteren. Overal liggen vissersbootjes klaar om de zee op te gaan en hoog boven ons springen mensen uit vliegtuigen ter ere van het parachutisten festival van Khiri Khan. We willen de zonsondergang bekijken vanaf een tempel die hoog bovenop de apenrots ligt. De naam is goed gekozen want het stikt van de apen. Al giegelend, sluipend, rennend en springend banen we ons een weg omhoog tussen de gekke beestjes door. De tempel halen we helaas niet.

Midden op de trap ligt een gigantische aap die bij elke stap die ik naar voren zet zijn tanden laat zien. Het is een best gebit en we besluiten niet in discussie te gaan met meneer aap. De kermis is ’s avonds een echte Thaise happening en het is leuk om sfeer te proeven. Bij de schietkraam heb ik voor het eerst in mijn leven een geweer in handen en onder gejuig van een Thais jongetje win ik een knuffel voor Marlous.

Na alle kilometers over de brede weg is het heerlijk als we weer de mogelijkheid hebben om een kleine kustweg te pakken. Het is direct anders en tussen de palmbomen trappen we zuidwaarts. We hebben even moeite een geschikte slaapplek te vinden en zetten uiteindelijk de tent op bij een resort. Ook hier valt de zee en het strand ons tegen wat ons doet besluiten om zodra het kan de doorsteek te maken naar de Andaman Zee. Daar moeten toch de spierwitte stranden en knalblauwe heldere zee te vinden zijn!! Vanaf Chumpon loopt een weg vlak onder de grens met Burma door richting de westkust. Het is een leuke dag fietsen over een voor thaise begrippen rustige weg. Om ons heen tropisch groen met alle typen boom die we kennen. We komen een deense Duitser tegen die met zijn fiets vanuit Singapore is komen rollen. Hij is enthousiast over het Phayam eiland wat ons weer moed geeft voor Thailand. Vlak voor Ranong trekt de hemel helemaal dicht en hangt er een dreigend zwarte lucht boven ons hoofd. Niet veel later hebben we de eerste druppen te pakken en schuilen we in een klein hutje langs de kant van de weg. Het komt met bakken uit de hemel en de aarde zuigt zich vol met deze luxe tractatie voor het droge land.

Vanuit Ranong gaat er elke dag een bootje naar Ko Phayam, een eilandje dat nog erg relaxed moet zijn. De bagage van alle mensen die met het bootje willen wordt voor op de punt neergegooid en onze fietsen worden daar weer bovenop gelegd. Het gaat allemaal erg ongeinteresseerd en samen met 2 andere jongens leg ik de fietsen iets beter. Hierna een lekker boottochtje waarbij ik naast de fietsen zit en Marlous kennis maakt met een Nederlands gezin die 3 maanden op reis is.

Ko Phayam is een erg stil eiland in vergelijking met de andere door toeristen bestormde locaties die we hebben gezien. Er zijn geen auto’s en over de 3 paden die er liggen rijden een aantal brommertjes. We sturen onze fietsen naar een van de stranden en komen terecht in het guesthouse van Kop. Dit is een van de meest enthousiaste, leukste, vrolijkste, vriendelijkste en positief ingestelde Thai die we hebben gezien. Het is prachtig om met hem te kletsen en hij laat zien dat niet alle Thai de chagerijnige en ongeinteresserde mensen zijn zoals we even begonnen te denken. Dankzij Kop kunnen we nog een tijdje door Thailand fietsen op zoek naar de uitgang met Maleisië.

Op het eiland doen we verder niet heel veel. We zoeken Bob, Claartje, Marie en Jan op die Marlous had leren kennen op de boot. Gezellig om nederlands te kletsen en leuk om te horen waar ze allemaal geweest zijn. Verder besluiten we om niet al te lang meer in Thailand te zijn. De geplande 2 maanden vinden we veel te lang voor het land dat ons niet gegrepen heeft. We willen nu langer in Maleisië en Inonesië doorbrengen op zoek Saté en Babi Pangang. Na een paar dagen vakantie op een lekker eiland pakken we het bootje terug naar Ranong. Thailand heeft ons niet te pakken maar wie weet, nog 2 weken fietsen te gaan dus alles kan.

* Bangkok – Damnoen Saduak: 104km
* Damnoen Saduak – Petchaburi: 79km
* Petchaburi – Hua Hin: 70km
* Hua Hin – Prachuap Khiri Khan: 98km
* Prachuap Khiri Khan – Ban Saphan Noi: 121km
* Ban Saphan Noi – Chumpon: 94km
* Chumpon – Ranong: 126km
* Ranong – Ko Phayam: 11km
* Ko Phayam – Ranong: 12km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie