Wat een mooie mensen

Op 30 september laten we Chengdu achter ons en vliegen we hoog door de lucht. Als een jarige Jet zit ik in het vliegtuig en ik kan mezelf geen betere plek bedenken om mijn verjaardag door te brengen.

Het uitzicht op berg en dal onder ons is fantastisch, nog even en we staan er midden in. Op het vliegveld zo’n 70 km van Lhasa proeven we de eerste echte Tibetlucht en stappen we vervolgens in een busje om naar Lhasa te rijden. Onderweg kijken we onze ogen uit naar de typische tibetaanse huizenbouw met prachtige gekleurde kozijnen, zien we veel mensen hard aan het werk op de akkers met hulp van yaks en paarden en verbazen we ons over de gladde asfaltweg. De eerste indrukken in de stad Lhasa zelf is de aanwezigheid van de chinezen. Overal de nieuwe chineze nieuwbouw en veel chineze vlaggen. Maar als we een stukje verder rijden zien we het indrukwekkende Potala paleis van de Dalai Lama en wanen we ons in het tibetaanse deel van Lhasa.

We brengen eerst een paar dagen door in Lhasa om te acclimatiseren. Dat we op 3600 meter hoogte zitten merken we als we een trap omhoog lopen. Bovenaan moeten we steeds even uithijgen. Mijn moeder heeft een beetje last van hoofdpijn, maar dit knapt al snel op. Lhasa is geweldig. De kleine straatjes die om de imposante Jokhjang tempel kronkelen zijn vol met tibetanen. Tibetanen die van ver komen om hun gebedsrondjes te lopen. Met de gebedsmolens in de hand worden er van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat met de klok mee de rondjes gelopen. Het ‘um ma ne padne um’ wordt daarbij herhaald en herhaald. Wat een mooie mensen, met hun grote glimlachen, vele kleurige sieraden en prachtige kledij.

We bezoeken het Nobulingka, het zomerpaleis van de Dalai Lama, gelegen in een grote tuin met veel prachtige beelden. De Tibetanen zijn hier lekker aan het picknicken en hebben soms hele tenten neergezet waar gekookt wordt voor de hele familie. In het Sera Monastry zijn we getuige van debatterende monniken. Op een groot plein binnen de muren van het klooster verzamelen de monniken zich en proberen ze elkaar van van alles en nog wat te overtuigen. Het is een prachtig schouwspel, waarin de mannen met veel gepraat, handgeklap en ook gelach alles uit de kast halen om elkaar te overtuigen.

Tibet is het land van de yaks en dat merken we. Op de marktjes waar we over lopen is overal yakvlees te krijgen. De hompen donkerrood vlees hangen in grote stukken in de buitenlucht te wachten op een koper. ’s Avonds genieten we van een heerlijke Yaksteak of Yak Stroganof! Ook zijn overal stalletjes met yakboter te bekennen. De yakthee proeven we voor het eerst in een nonnenkloostertje midden in de stad. De nonnen en ook de Tibetanen om ons heen staan nieuwsgierig te kijken als we onze eerste slok willen nemen.

Ik probeer mijn mondhoeken niet al teveel te laten spreken, want echt lekker vind ik het niet. Een van de nonnen komt al snel aangelopen met een ander thermoskannetje. Ze schenkt een kopje in en zet het voor onze neus. Even vrees ik voor nog meer yakthee maar als ik een slok neem is het zoete thee zonder yaksmaak.

Op een ochtend proberen Steven en ik kaartjes te bemachtigen voor een bezoek aan het Potala. Elke dag mogen er 500 mensen zich gelukkig prijzen met een bezoek aan het paleis. De kaartjes voor de dag zelf zijn al uitverkocht, maar we kunnen wel kaartjes aanvragen voor de volgende dag. We moeten onze paspoortgegevens doorgeven en een paar uur later terugkomen. Op Stevens hand wordt een wachtnummer geschreven. Wij denken handig te zijn en gaan vroeg in de rij zitten om onze kaartjes op te halen. Helaas werkt het niet zo en moet Steven op het stoelnummer gaan zitten dat overeenkomt met het nummer op zijn hand. Na een tijdje komt Steven terug naar het terras waar ik samen met mijn ouders wacht. Het is gelukt! De volgende dag worden we om 14.30 uur verwacht bij de toegangspoorten van het paleis. We krijgen wel een raar gevoel als we het paleis betreden. Overal staat de chineze politie de wacht te houden.

Het is een indrukwekkend bezoek. De kamers van de Dalai Lama zijn nog helemaal in tact en eigenlijk verwachten we hem elk moment tegen te komen. Maar helaas de beste man is niet meer welkom in zijn eigen huis. Het is mooi om te zien hoe de tibetanen door het paleis heen gaan. Met een groot pakket aan geldbiljetten gaan ze al biddend door het gebouw van hun held en offeren ze hun geld.

Dan wordt het tijd om Lhasa voorlopig te verlaten en ons op te maken voor een 10-daagse rondrit. Met zijn vieren zullen we een rondrit maken door Tibet in het gezelschap van een chauffeur en een gids. Maar voordat we vertrekken moeten we nog wat inkopen doen voor ons 2-daagse kampeeravontuur waarbij we zelf voor ons eten zorgen. Bij een kolenboertje kopen we een paar kolen, zodat we een kampvuurtje kunnen maken om op te koken. De gids heeft er weinig vertrouwen in, maar wij zien het helemaal zitten.
Na een mooie tocht komen we in Samye waar we overnachten binnen de muren van een klooster.

De volgende dag worden we na een hobbeltocht over een zandpad afgezet door onze chauffeur in een vallei waar we omhoog klimmen. Dit is een heilige berg en overal hangen gebedsvlaggetjes te wapperen in de wind. Als we een paar honderd meter geklommen hebben komen we bij een nonnenklooster. We hebben geluk, want de nonnen zijn net aan het bidden. Het opzeggen van de gebeden gaat gepaard met een mooi muziekkabaal. Toeters, bellen en trommels klinken behoorlijk luid in het mooi geschilderde klooster. We klimmen weer verder de berg op en komen onderweg verschillende pelgrims tegen die hun tentjes hebben opgeslagen op de steile hellingen. Dan komen we bij de meditatiegrotten. Hier leven Buddhisten in kleine grotjes en hutjes. Ze brengen hun tijd hier al mediterend rond. Een mooie plek voor ons om de gebedsvlaggetjes op te hangen die we onderweg hebben gekocht. Vanaf hier sturen wij alle positiviteit met de wind mee de lucht in.

We bevinden ons nog op 3700 meter hoogte, maar vandaag gaan we klimmen. We zien een grote groep fietsers zich een weg banen naar de top. Natuurlijk balen Steven en ik hier behoorlijk van, want we hadden zo graag vanuit Kathmandu naar Tibet gefietst. Helaas ging dat feestje vanuit Nepal niet door, maar ooit willen we hier zeker zelf ook ploeteren op de fiets. Nu in de jeep en het uitzicht wordt er echt niet minder mooi op. We klimmen tot bijna 5000 meter. Boven op de top stappen we uit en zien we aan de andere kant van de helling het turquoise Yamrok meer liggen. Het superheldere water wordt extra opgelicht door de besneeuwde Himalaya toppen die er achter liggen.

We staan met twee blauwe tentjes op een grote vlakte. Een eindje verderop ligt een klein boerendorpje en boven op de heuvel waar we op uitkijken ligt een klooster. We slaan de haringen stevig in de grond, want het waait behoorlijk hard. Als de tentjes nog maar net staan komen de kinderen uit het dorp al aangerend. Ze blijven gezellig bij ons terwijl wij gaan beginnen aan ons vuur. We hebben wat kooltjes meegenomen en wat houtjes gezocht. Onderweg hebben we ook nog een andere brandstof gevonden: gedroogde yakpoep! Steven en mijn vader krijgen het vuur aan en we krijgen een pannetje water aan de kook. Terwijl we eten van de noedels komen de kuddes terug van het veld naar het dorp. Even later komt een van de vrouwen uit het dorp naar ons toe en laat ons zien hoe je een snel tibetaans vuurtje kunt maken. Dus genieten we nog van een paar koppen koffie!

We kruipen al vroeg diep in onze slaapzakken, want het is best koud. Als we ‘s morgens wakker worden staat het ijs op het water. Een oud vrouwtje merkt ons op en komt ons een grote thermoskan kokend water brengen. We brengen een bezoek aan het klooster en lopen een mooie tocht naar het meer. Als we weer bij de tenten komen zijn we niet lang alleen. De gastvrijheid en behulpzaamheid in het dorp is geweldig en weer krijgen we heet water en komt er een mannetje met een ventilator om het vuur mee aan te krijgen. We kruipen met zijn viertjes lekker dicht bij het vuur en het is prachtig.

Op dag vijf van de tour is het het plan om naar Gyantze te rijden. Normaal gesproken maar een korte rit, maar nu de weg eruit ligt moeten we omrijden. Een lange dag in de jeep volgt.
We rijden een stuk over de Friendship Highway en we hebben het erover dat we met zijn vieren maar goed tegen de hoogte kunnen. Af en toe een beetje hoofdpijn, voor de rest hebben we nergens last van……

Als we afslaan van de ‘snelweg’ komen we op een zandpad. Het hobbelt behoorlijk en het opwaaiende zand maakt het af en toe wel erg stofferig in de jeep. Het laatste stuk naar Gyantze voel ik me niet zo lekker en ik val in slaap. Als we aankomen in het hotel neem ik een bad, maar als ik eruit stap voel ik me wel erg wankel en ik plof op het bed neer. Ik voel me erg raar en voel het gevoel uit mijn linkerkant verdwijnen. Steven vertrouwt het allemaal niet en haalt mijn ouders erbij. Ik kom niet goed uit mijn woorden en voor ik het weet lig ik in het plaatselijke ziekenhuis waar een dokter me onderzoekt. Meer dan mijn bloeddruk opnemen kan hij hier bijna niet en mijn ouders en Steven besluiten dat we naar het ziekenhuis in het 90 km verderop gelegen Shygatze.

Van de autorit kan ik me weinig herinneren, maar in het ziekenhuis wordt al snel een scan van mijn hoofd gemaakt. Rare minuten maar als de gids vertaalt dat alles goed blijkt te zijn met de scan zijn we allemaal erg opgelucht. Er wordt me verteld dat ik hoogteziekte heb en al snel lig ik aan het zuurstof en krijg ik via een infuus medicijnen toegediend. We hoeven niet gelijk af te dalen, omdat we dat vandaag al gedaan hebben. De doktoren vinden het ook een beetje vreemd dat ik nu pas last heb gekregen van de hoogte.

Als ik een halve liter medicijnen binnen heb mag ik het ziekenhuis verlaten. We blijven een dag uitrusten in Shygatze en vertrekken de dag daarna naar Lhasa. Ik voel me nog erg moe, heb hoofdpijn en ben nog benauwd. Omdat het in Lhasa niet snel genoeg over gaat besluiten we na een paar dagen om naar Chengdu te vliegen. Ik baal als een stekker, omdat ik graag nog even met Steven en mijn ouders in Tibet zou blijven genieten, maar zie uiteindelijk in dat dit niet de manier is. Dus vliegen we Tibet weer uit en China in.
Dat Chengdu op 500 meter ligt is te merken aan de hoeveelheid zuurstof. Ik knap snel weer op en we hebben nog een hele leuke tijd in deze stad samen met mijn ouders.

Tibet had ik voor geen goud willen missen en ik wil zeker nog een keer terug. We hebben inmiddels al weer 4 dagen gefietst en dat is weer genieten!!

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie